Boek
Nederlands

De holle naald

Maurice Leblanc (auteur), Lianne Speur (vertaler)
Arsène Lupin, een edelman-oplichter-inbreker in het Frankrijk van de 19e eeuw, probeert achter het geheim van de Holle Naald te komen, daar waar de eeuwenoude schatten van Frankrijk bewaard worden.
Titel
De holle naald
Auteur
Maurice Leblanc
Vertaler
Lianne Speur
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Frans
Oorspr. titel
L'aiguille creuse
Uitgever
Zaandam: Uitgeverij Oevers, 2021
249 p. : ill.
ISBN
9789492068606 (paperback)

Andere talen:

Besprekingen

De auteur (1864-1941) schreef zijn eerste verhaal over de gentlemaninbreker Lupin in 1905. Dit deel over Lupin stamt uit 1909. Een ietwat chaotisch verhaal met een aantal intriges, waardoor de hoofdlijn ondergesneeuwd raakt. Lupin is uit op de schatten van de Franse koningen, verborgen in de holle naald ergens in Frankrijk. Hij wordt tegengewerkt door de geniale scholier Isidore Beautrelet en zijn oude tegenstanders Herlock Sholmes, verwijzing naar Sherlock Holmes en Ganimard, een politiechef. Door de vele vermommingen van Lupin wordt het voor dit drietal heel lastig de waarheid te achterhalen. De taal is bombastisch en de vertaling staat vol fouten, en ook de typografie is slordig. De romanfiguur Lupin is in Frankrijk heel bekend en beroemd, een soort Robin Hood, die opkomt voor de zwakkeren in de samenleving. Leblanc ontving zelfs de prestigieuze Légion d’honneur voor zijn verdiensten voor de Franse literatuur.

Over Maurice Leblanc

Maurice Leblanc (Rouen, 11 december 1864 - Perpignan, 6 november 1941) was een Frans schrijver.

Leblanc debuteerde als schrijver in 1890. Leblanc creëerde met het personage van Arsène Lupin wat soms de Franse Sherlock Holmes wordt genoemd, hoewel Lupin duidelijk misdaden pleegt en Holmes ze oplost. Het personage van Arsène Lupin dat in 17 van zijn politieromans voorkomt, naast in 29 novelles en 5 toneelstukken, alle geschreven tussen 1905 en 1941, wordt geacht gebaseerd te zijn op de Franse meester-inbreker Marius Jacob.

Op 17 januari 1908 werd hij benoemd tot Ridder in het Legioen van Eer. Na zijn overlijden werd hij van Perpignan terug naar Parijs gebracht en begraven in het Cimetière du Montparnasse.